Veelgestelde vragen over kokosolie
2) Zijn verzadigde vetten hetzelfde als transvetten?
4) Wat is de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor kokosolie?
Kokosolie bestaat inderdaad voor 85%
uit verzadigde vetzuren. Een vaak gehoord argument tegen verzadigde
vetten is dat het het LDL verhoogt. Het LDL wordt als het "slechte
cholesterol" beschouwd, omdat het cholesterol naar de weefsels
brengt. Strikt genomen is de uitspraak dat verzadigde vetten het LDL
verhogen, waar. Maar deze informatie is niet volledig. Het is
namelijk net zo waar dat verzadigde vetten het meest van alle vetten
het goede HDL doen stijgen. Wat weinig mensen weten is dat de
laatste wetenschappelijke inzichten aanwijzen dat de aanwezigheid
van het goede HDL meer goed doet dan de aanwezigheid van het slechte
LDL kwaad doet. Het "LDL-argument" begint dus een wat minder
relevante benadering van de invloed op de gezondheid te worden en is
op zijn retour.
Indien het LDL-argument niet veelzeggend meer is, blijft overeind
dat verzadigde vetten het totaal cholesterol verhogen. Maar ook hier
zit weer een "maar" aan het verhaal. De nieuwste inzichten tonen namelijk aan
dat totaal cholesterol (dus alle deeltjes zoals LDL, HDL en VLDL bij
elkaar opgeteld) ook niet langer de meest veelzeggende factor is.
Wetenschappers en clinici kijken tegenwoordig juist eerder naar de
ratio totaal cholesterol-staat-tot-HDL-cholesterol, kortweg de
cholesterol-HDL-cholesterolratio genoemd. Ook de Nederlandse
Hartstichting beaamt dit. Het blijkt dat verzadigde vetten als
totaalgroep géén verandering van betekenis uitoefenen op deze
relevante waarde (dus in ieder geval geen negatieve). (Bron:
Nederlandse Hartstichting)
Het is zelfs zo dat kokosolie, als één van de de verzadigde vetten,
ingezet kan worden voor een verantwoord HDL-cholesterolgehalte (Mensink
RP et al, 2003).
Terug naar boven
2) Zijn
verzadigde vetten hetzelfde als transvetten?
Verzadigde vetten en transvetten zijn
niet hetzelfde.
Verzadigde vetten hebben geen onverzadigde koolstofatomen in de
keten, of anders gezegd: in de keten van een verzadigd vetzuur komt
geen dubbele binding voor.
In de keten van transvetzuren komen wel dubbele bindingen en dus
onverzadigde koolstofatomen voor.
Een bekend transvetzuur is elaïdinezuur, kort genoteerd 18:1 trans9.
Dit betekent: het molecuul heeft 18 C-atomen, en één dubbele binding
op het 9e C-atoom (in deze tekening het 9e atoom van links af
gezien, ook wel het methyluiteinde genoemd) in de trans formatie.
Het molecuul ziet er als volgt uit:

De witgekleurde waterstofatomen bij de dubbele binding zitten aan
weerszijden van de koolstofketen. Vandaar "trans" (Grieks voor "aan
de andere kant"). Vergelijk dit molecuul met bijvoorbeeld oliezuur
(18:1 cis9):

Bij dit molecuul zitten de waterstofatomen bij de dubbele binding
aan de zelfde kant, vandaar "cis" (Grieks voor "aan dezelfde kant").
Merk ook op wat deze positionering met het molecuul doet in
ruimtelijk opzicht: een kromming.
Stearinezuur, ook een molecuul met 18 C-atomen, heeft echter geen
trans- of cis-bindingen en is daarentegen volledig verzadigd (van
H-atomen). Stearinezuur ziet er als volgt uit:

Vergeleken met het transvetzuur elaïdinezuur, lijkt er weinig
verschil, op de onverzadigde binding na.
Het is ook om deze ruimtelijke eigenschap van het transvetzuur dat
het wordt toegepast in gebak en koek: het bootst namelijk de
chemische eigenschappen na van verzadigde vetzuren. Deze chemische
eigenschappen zijn wenselijk voor de sensorische eigenschappen in
koek en gebak, bijvoorbeeld de knapperigheid van deeg.
Het probleem is echter dat transvetzuren en verzadigde vetzuren
fysiologisch / biochemisch niet dezelfde eigenschappen hebben.
Internationaal onderzoek op het gebied van transvetzuren leert dat
transvetzuren celfuncties verstoren en veel enzymen negatief
beïnvloeden. Immers, vetzuren uit de voeding worden gedeeltelijk
opgenomen in de celmembranen van de cellen. Als gevolg van deze
verstoringen kunnen bijvoorbeeld essentiële omega-3- en -6-vetzuren
(α-linoleenzuur , linolzuur) niet meer omgezet worden in
beschermende stoffen. De hiernavolgende nadelige effecten van
transvetzuren zijn door onderzoek aan het licht gekomen:
- verhoging van LDL-cholesterol
- verlaging van HDL-cholesterol
- verslechtering van de LDL / HDL-ratio
- verslechtering van de cholesterol-HDL-cholesterolratio
- verhoging van lipoproteïne-a
- afname van gezichtsscherpte in baby's van moeders met relatief hoge concentraties transvetzuren in de moedermelk
- laag geboortegewicht
- chronisch verhoogde insulinewaarden wat een verhoogde kans op diabetes inhoudt
- verslechterde reactie van bloedcellen op insuline
- inferieur sperma en verlaagde testosteronwaarden bij mannen
- functiebeperking van membraanenzymen zoals delta-6-desaturase, waardoor de omzetting van linolzuur in arachidonzuur minder goed verloopt
- verandering van de fysiologische
eigenschappen van biologische membranen, zoals
membraanelasticiteit
nadelige beïnvloeding van de omzetting van plantaardige omega-3-vetzuren naar verlengde omega-3-weefselvetzuren
Vergelijken we dit met enkele eigenschappen van verzadigde vetzuren:
- verhoging van LDL-cholesterol (Mensink RP et al, 2003).
- verhoging van HDL-cholesterol (Mensink RP et al, 2003).
- verbetering van de LDL / HDL-ratio (Mensink RP et al, 2003).
- neutraal voor de cholesterol-HDL-cholesterolratio; (Mensink RP et al, 2003).
- verlaging van lipoproteïne-a (Mensink RP et al, 2003).
- myristinezuur (14:0) verhoogt het actieve omega-3-vetzuur EPA (eicosapentaeenzuur) in weefsels
- caprinezuur (10:0) verlaagt het VLDL-plasmagehalte en verhoogt de weerstand tegen de chlamydiabacterie (Bergsson et al 1998)
- capron-, capryl- en caprinezuur (resp. 6:0, 8:0 en 10:0) verhogen allen de weerstand tegen ongunstige bacteriën en schimmels (Lieberman S, Enig MG, Preuss HG, 2006, Bergsson et al 1998)
- laurinezuur (12:0): verhoogt de
weerstand tegen een uiteenlopende verzameling bacteriën en
schimmels waaronder Listeria monocytogenes,
Helicobacter pylori, chlamydia
en Candida albicans.(Lieberman
S, Enig MG, Preuss HG, 2006, Bergsson et al 1998)
Kokosolie bestaat voor meer dan 2/3 uit MCT (middellange keten
vetzuren). Deze MCT leveren 8,6 kcal per
gram.
Kokosolie heeft ook een direct
stimulerend effect op de schildklier. De schildklier is het orgaan
dat het "verbrandingsvuurtje" hoger of lager kan zetten. Onderzoek
wijst uit, dat gelijkwaardige vervanging van gangbare vetten door
kokosolie de (vet)stofwisseling stimuleert (St-Onge
MP et al, 2002;
St-Onge MP et al, 2003 (1),
St-Onge MP et al, 2003 (2)).
4) Wat is de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor kokosolie?
De door de Amerikaanse wetenschapper Mary Enig aanbevolen hoeveelheid kokosolie per dag is 2 tot 4
eetlepels. Hierin zit verhoudingsgewijs evenveel laurinezuur (het
meest prominente vetzuur in kokosolie, 50%) als baby's met de
moedermelk binnenkrijgen, hetgeen hun weerstand helpt te verhogen
tegen ongunstige bacteriën en schimmels. Het lichaam maakt van
laurinezuur namelijk het krachtig monolaurine. 2 tot 4 eetlepels kokosolie levert 20 tot 40
gram kokosolie en dat staat gelijk aan zo'n 10 tot 20 gram
laurinezuur.
Geraadpleegde bron bij FAQ: Mary G.
Enig, Ph.D. Feiten over vetten. Het complete basiswerk over de
voedingswaarde van oliën, vetten en cholesterol. Drukkerij
Bakker, Roelofarendsveen (2003, vertaling); ISBN 90-806706-18. (Oorspronkelijke
titel: Mary G. Enig, Ph.D. Know Your Fats: The complete
Primer for Understanding the Nutrition of Fats, Oils, and
Cholesterol. Bethesdapress, USU (2000); ISBN 0-9678126-0-7)
